Fokken

Op deze pagina’s o.a. het fokreglement waarin staat waaraan voldaan moet worden wanneer u volgens de regels wilt fokken.  Tevens de door de SHKN erkende fokkers en de laatste uitslagen van de medische onderzoeken (HD onderzoek en oogafwijkingen) die van belang zijn bij de selectie van ouderdieren.

Beter fokken – Patricia Trotter

Onderstaand artikel is gepubliceerd in de AKC Gazette van augustus 2008. Patricia Trotter (Elkhounds) was in 2003 AKC Hound Group Breeder of the Year en mag meer dan 80 rassen keuren. Het artikel is ingezonden door Nies Heeringa en vertaald uit het Engels door Jiska en Gudrun van den Broek

Sound Decisions Make Sound Dogs

Vlak voor de Kentucky Derby van dit jaar werd er een artikel gepubliceerd in de Wall Street Journal met de titel “Racing’s Royal Bloodline”, waarin columnist Jon Weinbach een aantal punten naar voren bracht waar wij allemaal eens over na zouden moeten denken.

Weinbach ontdekte dat alle 20 paarden die meededen in de Derby van 2008 afstammelingen waren van Native Dancer. Het artikel weet de voortschrijdende vermindering van de diversiteit van genen, aan de extreme focus op bepaalde bloedlijnen, met mogelijk schadelijke gevolgen daar van voor het ras.

Hoewel Native Dancer beroemd was vanwege zijn snelheid en zijn uitzonderlijke begaafdheid, beweerde Weinbach dat in deze bloedlijn een “tragic flaw” (een fatale fout -red.) was opgetreden ten opzichte van de oorspronkelijke sterke constitutie. Weinbach’s grootste angst werd werkelijkheid. De jonge merrie Eight Belles plaatste zich tijdens de race op de tweede plek, maar moest afgemaakt worden omdat het niet één, maar beide voorbenen brak. De gerenommeerde “equine” orthopedisch (een bepaalde richting in de osteopatie -red.) chirurg Dr. Larry Bramlage was ter plaatse en verklaarde dat hij nog nooit een paard had gezien dat fracturen had opgelopen in beide benen. Dit was voor Weinbach de bevestiging dat het continu doorfokken via één bloedlijn op snelheid en prestatie op jonge leeftijd, ten koste van de oorspronkelijke degelijkheid en kwaliteit, zeer schadelijk is voor het ras.

Zijn fokkers in hun hang naar direct resultaat van het goede pad afgeweken? Moet dit gezien worden als een teken dat niet alleen de dieren, maar ook het systeem scheuren vertoont? Hebben zowel trainer als eigenaar hieraan schuld? Moeten jonge merries wel tegen jonge hengsten rennen, voordat ze volwassen zijn? Moeten ze überhaupt wel tegen elkaar rennen? De criteria voor het rennen met uitmuntende volbloed paarden zijn in de afgelopen jaren dramatisch veranderd.

In een vervolg artikel op bovenstaand drama, getiteld: “Derby Death Stirs Call for Change” (Dodelijk ongeluk roept op tot verandering – red.) citeert Weinbach Bramlage, die zei: “De kwaliteit van de paarden is volledig ondergeschikt geraakt, omdat het niet meer beloond wordt.” Jerry Brown, ook een paardendeskundige, beweert dat op de fokkersbijeenkomsten de grote, mooie veulens uitverkoren zijn op de “Jaarling” markten (de handel in eenjarige veulens – red.), zonder dat er gekeken wordt naar een sterke bouw van de dieren.

Wat heeft dit allemaal te maken met honden, vraagt u zich af. Veel. Denkt u maar aan woorden als prachtig, fraai, mooie vacht. Deze worden vaker gebruikt bij het beschrijven van een hond tijdens een show dan woorden als: correcte bouw, functioneel, atletisch, capabel. Als deze mooie en lieve honden, waarbij geschipperd is met talenten als bekwaamheid en functionaliteit, ten gunste van uiterlijk, desondanks winnen in de showring, wat zijn dan de lange termijn effecten ten opzichte van ons eigen genetisch materiaal?

Oké, honden zijn nog niet “kapot” gegaan, zoals dat bij de paarden plaatsvond, maar dat mag geen reden zijn om voorbij te gaan aan de extra inspanning die kwalitatief slechte honden moeten leveren, als ze moeten werken. Als u honden in de ring bekijkt, laat elk ras dan zien dat het de taak zou kunnen uitvoeren, waarvoor het oorspronkelijk bestemd is? Op konijnen jagen? Een hert omtrekken? Een kudde beschermen?

Hebben veel van onze hondenfokproducten te lijden onder een overmaat van slechte kwaliteit DNA in hun genen, net zoals die arme volbloed paarden die sneller kunnen rennen dan hun benen aankunnen? Er is ook een schare aan volbloedpaarden waarvan de algehele kwaliteit dermate hoog is dat ze tot op hoge leeftijd kunnen deelnemen aan wedstrijden. Een voorbeeld daarvan is de beroemde dochter van Secretariat, Terlingua die in april jongstleden stierf op 32 jarige leeftijd.

Nog afgezien van haar prestaties tijdens de wedstrijden, heeft ze de superhengst Storm Cat voortgebracht. Deze superkwaliteit volbloedpaarden zijn representatief voor het resultaat van een fokprogramma dat in de loop der jaren standvastig is gebleven in de keuze van welke dieren er toegevoegd moesten worden aan de bloedlijn en welke er buiten gehouden moesten worden.

Helaas beïnvloedt de hang naar winnen van paard, hond en zelfs menselijke atleten zulke beslissingen nogal eens. Een record breken is belangrijker geworden dan kwaliteit en duurzaamheid. We zijn zo gespitst op sneller, hoger, verder en het oprekken van onze uiterste limieten, dat we het zicht verliezen op wat we redelijkerwijs kunnen verwachten.

In de hondenwereld moeten we oppassen dat er niet zo veel met teefjes gefokt wordt dat ze te gestrest raken om zich nog te kunnen voortplanten, waardoor het doel van een hondenshow, namelijk het zoeken naar een goede fokhond, een aanfluiting wordt. In tegenstelling hiermee worden er echter ook honden teveel achter de schermen gehouden, ter bescherming van de hond en om concurrentie te vermijden, waarbij sommige fokkers alleen maar een mooi uiterlijk zoeken, ten koste van alle andere kwaliteiten. Dit onder het mom van “type”.

Echter, “type” staat voor de vorm in de balans tussen “vorm en functie”. Historisch gezien refereert het woord “type” aan het originele uiterlijk, de karakteristieken en de aard van een dier, die het in staat stellen een bepaalde taak beter uit te voeren dan andere dieren. Het woord “type” houdt dus in, een totaal aan kenmerken en eigenschappen dat het ene ras onderscheidt van het andere. Waarbij wij in gedachten moeten houden dat vóór de uitvinding van hondenshows het woord type oorspronkelijk refereerde aan werkeigenschappen. Werktype is niet bepaald een eigenschap waar we als eerste aan denken bij de hedendaagse internationale hondenshows.

Niet minder dan de zeer gerespecteerde “hondenman” Ronnie Irving, voorzitter van de Kennel Club (Engeland), heeft zijn bezorgdheid hieromtrent geuit toen hij zei: “dogs should be fit for purpose” (honden moeten in staat zijn hun functie uit te voeren – red.). Irving, bekwaam keurmeester, die met zijn vrouw fokker is van een mooie lijn Border Terriërs, maakt zich zorgen over de toespitsing op elementen die niets te maken hebben met de werkeigenschappen, en ziet dit als een bedreiging voor het welzijn van onze fokproducten.

Gelukkig zijn er altijd nog de fokkers en de mensen die showen, die wel een goede bijdrage leveren aan onze sport. Zij begrijpen het gevaar van fokken met zwakheden in welke vorm dan ook. Net zoals er vele paardenmensen zijn die de verleiding weerstaan om degelijkheid op te geven in de hoop een snelheidskampioen te fokken, zijn er ook veel hondenfokkers die een goed karakter hebben en die doorgaan met inbrengen van sterke punten in de genetische lijnen.

Zij begrijpen dat je niet altijd, op korte termijn, de gewenste resultaten bereikt, maar hard moet werken om een lijn van goede kwaliteit te krijgen, zelfs als dat leidt tot tijdelijke verliezen in de showring. Zij blijven de originaliteit van het ras respecteren en weigeren de extreme interpretaties van het “type” te accepteren.

Het belangrijkste is echter, dat ze begrijpen dat een eigenschap, die bijdraagt aan de werkeigenschap van een hond, een plus is en een eigenschap die die kwaliteit vermindert, een fout is.

Het vreselijke drama bij het paardenrennen op de eerste zaterdag in mei is een waarschuwing voor ons allemaal: Elke diersoort is bestemd voor een bepaalde taak en heeft daarvoor ook de eigenschappen gekregen. Als fokkers bepaalde eigenschappen proberen door te fokken tot in het extreme, dan maken ze eigenlijk een karikatuur van dat ras en wordt de functionaliteit per definitie aangetast. De fokkers die dat soort extremen proberen te vermijden en kiezen voor stabiliteit, duurzaamheid en mentale en fysieke gezondheid, alsook voor de werkelijke kwaliteit van hun ras, verdienen ons respect. Zij zijn de echte “hondenvrienden”.

Erkende fokkers